pater Jean-Paul
Toen pater Jean-Paul Django DIBY hier op 2 juli 2022 werd aangesteld, vroegen we hem om zich even voor te stellen. Nu hij hier terugkeert, vatten we zijn artikel van toen samen, bij wijze van hernieuwde kennismaking. Misschien herinnert u zich wel dat hij als hobby boksen heeft en uit een kroostrijk gezin stamt. Maar hij vertelde nog meer, in dat eerste interview.



 Ik zou willen beginnen met woorden van dank aan onze Heer Jezus Christus en aan u allen.

Toen Jezus op de vooravond van zijn grote liefdesoffer (het laatste avondmaal) die woorden uitsprak: "Dit is mijn lichaam, voor u gegeven" en "Dit is mijn bloed, voor u en alle mensen vergoten tot vergeving van zonden", en ons opdroeg dit te doen ter nagedachtenis aan H

hem tot aan het einde der tijden, verenigde hij ons al, ook al kom ik van verweg. Met deze woorden maakte hij het mogelijk dat onze wegen elkaar ontmoeten, dankzij de orde der Augustijnen. Dit is des te belangrijker omdat de kerk zo geworden is wat ze is en wat ze nog zal worden.

Ik ben pater Jean-Paul DIBY Django. Jean-Paul is mijn doopnaam en Diby mijn familienaam. Ik kom uit Ivoorkust, een land in West-Afrika. Ik ben geboren op 24 november 1981.  Ik ben opgegroeid in een groot gezin. Mijn vader had twee vrouwen. De eerste (onze  eerste moeder) is jammer genoeg op 27 augustus 2018 gestorven. Ik was toen in Firenze om Italiaans te leren. Mijn moeder was de tweede vrouw. Dat is in onze cultuur nog toegestaan. Twintig kinderen werden geboren uit deze verbintenis. Ik heb 11 broers en 8 zussen. Wij woonden met onze 23 in hetzelfde huis. Wees gerustgesteld; er was plaats genoegvoor ons allemaal. Dit is iets prachtigs en speciaals omdat ik eigenlijk in een soort van "gemeenschap" leefde. Dit klinkt wellicht bekend voor oudere mensen die uit tamelijk grote gezinnen komen. Maar voor de jongeren zal het wel vreemd klinken. Met mijn broers en zussen vormden we een echte vriendenkring met alles wat daarbij hoort, zoals blijdschap, vrolijkheid, ruzie,…

Wat de studie betreft heb ik de lagere, middelbare en universitaire opleiding in mijn eigen land doorlopen. Na het behalen van mijn diploma van bibliothecaris heb ik zes jaar gewerkt (2007 – 2012) in de bibliotheek van de faculteit geneeskunde van de universiteit van Félix Houphouët Boigny (de grootste van het land),opgericht in1964.

Ik was ook zeer betrokken bij onze parochie, bij de catechese, bij de jeugdbeweging. Hier is mijn roeping geboren. Na een periode van bezinning heb ik aanvaard mij aan te sluiten bij de Paters Augustijnen van België omdat het de enige orde was die geïnteresseerd was in mijn profiel als bibliothecaris.

Ik verliet mijn land op de avond van 19 april 2012 en landde op de ochtend van 20 april 2012 in Zaventem. Het was toen 7 graden. Dit was het begin van een nieuw avontuur waarin ik een jaar Nederlands studeerde aan de UCT Gent en vervolgens twee jaar filosofie aan het Grootseminarie te Brugge. Daarna begon ik mijn noviciaat in ons klooster te Gent. Ik verbleef in totaal vier jaar in het Augustijnerklooster in Gent, daarna werd naar de gemeenschap van Heverlee (Leuven) gestuurd voor drie jaar (2016 – 2019) om theologie te studeren aan de K.U. Leuven.

Daarna werd ik naar Rome gestuurd voor twee jaar (2019 – 2021) om verdere studie, aan het Instituut San Pietro Favre van de Gregorianum, in het kader van de vorming van onze jongere medebroeders. Bij mijn terugkeer van Rome heeft mijn overste mij aangesteld in de gemeenschap van Gent als verantwoordelijke voor de vorming van mijn jonge broeders. De spiritualiteit van de Augustijnen spreekt mij sterk aan. Toen ik na een twee jaar durend onderscheidingsproces onder de begeleiding van mijn geestelijk pater in Ivoorkust (pater Bernard D. Djidja) besloot  in te treden bij de Paters Augustijnen, was er het argument van hun belangstelling voor mijn profiel als bibliothecaris. Maar bovenal was het mijn verlangen om gehoor te geven aan die stem die in mijn hart opriep mij te wijden aan de Heer voor u allen.

De heilige Augustinus nodigt ons in zijn regel uit om tesamen eensgezind te wonen en te leven in de gemeenschap, één van ziel en één van hart op weg naar God. Ik werd aangetrokken door de bevordering van de innerlijkheid en de vriendschap, die de augustijnse spiritualiteit benadrukt.

Ik heb het over echte vriendschap, zoals beschreven in het boek der Spreuken (17:17) : 

een vriend heeft te allen tijde lief; in moeilijkheden wordt hij een broeder

 

Ik moet bekennen dat ik er niet aan gedacht had om in Europa te komen wonen, omdat ik me in de Ivoorkust al tevreden was in mijn werk en ik aan een veelbelovende professionele carrière was begonnen die mij goede kansen bood. Daarnaast was er mijn familie, waaraan ik sterk verbonden was. Daar zijn is een paradijs voor mij. Maar kort gezegd, moest ik weg om gehoor te kunnen geven aan de innerlijke stem die mij riep. De religieuze missionaire roeping vereist een grote onthechting die de deur opent naar meer vrijheid. Vrij zijn van zichzelf om vrij te worden voor de Heer en de mensen. Vandaag spreek ik er met veel rust over, maar in het begin was het moeilijk te aanvaarden dat ik mijn land moest verlaten voor een ander land dat ik niet kende. Het werd een diepe innerlijke strijd.

Die innerlijke worsteling zal pater Jean-Paul ook gekend hebben toen hij kort na zijn aanstelling door de overste van de augustijnen werd aangesteld in het klooster in Togo. Daar zet pater Brice nu zijn missie verder, terwijl Jean-Paul hier in diens voetsporen treedt, als aangesteld priester in onze Emmaüsparochie. (NL)

Zoeken

Dekenaal nieuws